Mondelinge vragen over strijd tegen de wapenhandel en het vrij aankopen van vuurwapens op de Belgische markt

Ingediend door NicoD op
Informatie
Parlement
Kamer
Datum
Vraagsteller
Jacqueline Galant (MR) en André Frédéric (PS)
Vindplaats/Bron
http://www.dekamer.be/doc/CCRA/pdf/53/ac432.pdf
Wetsartikels
art. 3 wapenwet
Vraag

Jacqueline Galant (MR): De ministerraad heeft het nieuwe Nationaal Veiligheidsplan 2012-2015 goedgekeurd. In het verlengde daarvan werd er ook een actieplan inzake de strijd tegen de zwendel in vuurwapens aangenomen.

Dat plan omvat een reeks positieve en noodzakelijke maatregelen, maar ik sta wel versteld van de bepaling die ertoe strekt de vrije verkoop van vuurwapens totaal te verbieden. Volgens mij begaat men dezelfde fout als in 2006, omdat men de verkeerde bevolkingsgroep aanpakt en een verkeerde oplossing aanreikt voor een reëel probleem, zonder de sector te raadplegen. Het federale parket wijst er bovendien op dat de wapens die men in zijn bezit mag hebben, slechts voor 2 procent van de gepleegde moorden zouden zijn gebruikt, maar wel 90 procent van de beschikbare personele middelen opeisen. Dat verbod is geen oplossing voor de tragedie in Luik en ook niet voor de georganiseerde misdaad, die op de zwarte markt wapens koopt.

Er is daarentegen nog maar net een begin gemaakt met de uitbreiding van artikel 90ter van het Wetboek van strafvordering om toe te staan dat bijzondere opsporingsmethoden gebruikt worden voor dossiers inzake illegale wapenhandel, terwijl de onderzoeksrechters daarom vragen en dat een onmiddellijke prioriteit zou moeten vormen.

Zal de vrije verkoop van vuurwapens volledig worden verboden? Zo ja, heeft u alle gevolgen van zo een wijziging, met name die voor ons culturele erfgoed, in overweging genomen? Welke voorwaarden zullen er opgelegd worden aan degenen die al jaren vrij verkrijgbare vuurwapens bezitten en nooit een bedreiging voor de veiligheid hebben gevormd?

Zal u het advies inwinnen van de Adviesraad voor wapens, van de sector en van de verenigingen, teneinde de aangekondigde maatregelen te verfijnen en ongewenste gevolgen te vermijden? Hoe ver is de studie met betrekking tot de wijziging van artikel 90ter van het Wetboek van strafvordering gevorderd? Zal u de details van het Wapenplan aan het Parlement uiteenzetten?

André Frédéric (PS): Ik vind dat het voorgestelde plan vooral goede maatregelen bevat. Wie wapens wil verkopen, zal voortaan eerst een vergunning moeten hebben, waardoor wapens niet langer vrij verkrijgbaar zullen zijn op de markt.

Tot nog toe werden de vrij verkrijgbare vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde in een koninklijk besluit opgesomd. Is er voor die wapens echt geen munitie meer voorhanden? Zijn een aantal van die wapens misschien in het misdaadmilieu terechtgekomen? Het zou toch sterk zijn dat oude, zeldzame, dure wapens gebruikt worden om overvallen te plegen.

Verzamelaars en deelnemers aan diverse folkloristische markten of historische evocaties zijn verontrust door de persberichten.

Voor welke wapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde geldt de beslissing? Hoe zit het met de vuurwapens die onbruikbaar zijn gemaakt? Zullen er afwijkingen mogelijk zijn en, zo ja, op welke gronden? Zullen er aan de registratieprocedure kosten verbonden zijn? Zal er een overgangsperiode zijn voor de registratie van vergunningsplichtige wapens? Zal u het advies inwinnen van de Adviesraad voor wapens?

Antwoord

Minister Annemie Turtelboom (Frans): De lijst van vrij verkrijgbare wapens zorgde voor verwarring en zette de deur open voor misbruik. Bepaalde van die vrij verkrijgbare wapens, die mechanisch nog goed functioneren en met moderne munitie werken of waarvan de munitie opnieuw wordt geproduceerd, zijn interessant voor het misdaadmilieu. Bovendien wordt er soms van bepaalde modellen een vergeten voorraad teruggevonden, en dan komen die wapens plots weer in omloop.

Als wij de illegale wapenhandel willen bestrijden, moeten wij voorkomen dat wapens van de legale markt terechtkomen op de illegale markt en omgekeerd. Dit gegeven vormt namelijk een risico voor de openbare veiligheid. De maatregel waarin wij voorzien, zal de verzamelaars niet benadelen. Zij zullen zelfs kunnen profiteren van een prijsverlaging.

Het koninklijk besluit inzake vrij verkrijgbare wapens wordt niet opgeheven, alleen de bijhorende lijst van wapens met rookzwak kruit. Een dergelijke lijst bestaat enkel in België en ons land is daardoor een draaischijf van de illegale wapenhandel. Voor wapens met zwart kruit, ook die van de Marcheurs de l'Entre-Sambre-et-Meuse en andere verenigingen, zal er niets veranderen.

Dat geldt ook voor geneutraliseerde wapens, niet-vuurwapens en alarmwapens.

Er zal in overgangsmaatregelen worden voorzien. Erkende verzamelaars moeten de wapens inschrijven in hun register. Andere particulieren die wapens van deze lijst in hun bezit hebben, moeten ze binnen de drie maanden na de inwerkingtreding van de maatregel aangeven. Een vergunning zal enkel geweigerd worden als er gevaar dreigt voor de openbare veiligheid. Een bewijs van aangifte zal voorlopig voldoende zijn.

De wet bepaalt niet dat de Adviesraad voor wapens op het vlak van de vrij verkrijgbare wapens moet worden geconsulteerd.

Illegale wapenhandel wordt in de eerste plaats bestreden via proactief onderzoek, en daarvoor moeten de diensten over voldoende middelen beschikken.

Er zal worden gekeken naar de mogelijkheid om in dit domein gebruik te maken van telefoontaps en infiltratie. Ik zal daarover het advies van het College van procureurs-generaal en van het federaal parket vragen. We zullen bekijken of het in dat verband opportuun is artikel 90ter van het Wetboek van strafvordering aan te passen.

Op 21 maart is er een gezamenlijke vergadering van de commissie voor de Binnenlandse Zaken en de commissie voor de Justitie. Ik sta te uwer beschikking voor alle nodige toelichtingen over het Nationaal veiligheidsplan en het Actieplan tegen illegale wapenhandel. Enkel in België waren bepaalde wapens vrij te verkrijgen, en dat maakte ons land in dat opzicht te aantrekkelijk. Daarom ook werd de lijst ingetrokken.

Jacqueline Galant (MR): De communicatie loopt mank in dit dossier, we hebben van alles en nog wat te lezen gekregen.
Verzamelaars en culturele verenigingen raakten in paniek en de indruk ontstond dat de eerlijke mensen het zouden moeten ontgelden, terwijl de illegale handelaars hun activiteiten zouden kunnen voortzetten.

In de stad van de eerste minister kan men op een uur tijd een kalasjnikov bemachtigen. Voor het ministerie van Binnenlandse Zaken wordt op straat openlijk illegale handel gedreven vanuit bestelwagens. Er zou een bijzonder toezicht moeten komen om die illegale praktijken op te sporen. Er blijft verwarring over welke wapens beoogd worden. Een gezamenlijke vergadering van de commissies is noodzakelijk.

André Frédéric (PS): We zullen altijd aan uw zijde staan in de strijd tegen de illegale wapenhandel.

Mijns inziens is de bestaande wetgeving hieromtrent tamelijk strikt. Het is niet de wetgeving zelf die ter discussie staat maar veeleer de naleving ervan en de manier waarop er in het veld wordt gereageerd.

Ik onthoud dat folkloristische, geneutraliseerde, alarm- en andere wapens in het kader van folkloristische activiteiten zullen worden toegelaten. Ik heb echter vragen bij de controle op wapenbeurzen. Zou men zich niet beter baseren op de lijst van vrij verkrijgbare wapens en daar die wapens uit schrappen die problemen doen rijzen, zodat de gewone verzamelaar, die alleen ongevaarlijke en onbruikbare wapens in zijn bezit heeft, geen bijkomende stappen hoeft te doen? Herinner u welk resultaat de wet van 2006 heeft gehad: sommige wapens werden toen binnengebracht maar andere zijn niet boven water gekomen.
We moeten voorkomen dat we, in onze strijd tegen zware jongens en de illegale wapenhandel, nieuwe formaliteiten en verplichtingen creëren voor eerlijke mensen die geen enkel probleem vormen.
Mochten we weten welke wapens iedereen in huis heeft, dan zouden we waakzamer kunnen zijn wanneer er zich incidenten voordoen. In 2006 werden er achteraf corrigerende maatregelen genomen omdat men een categorie mensen had getroffen waarop men het in eerste instantie niet had voorzien.

Voor een materie die de departementen Binnenlandse Zaken en Justitie aanbelangt, zou men overleg kunnen organiseren met de Adviesraad voor wapens.

Voor het overige zal ik wachten tot 21 maart of een latere datum om u opnieuw te ondervragen.