Grondwettelijk Hof spreekt zich uit over omzettingswet Europese vuurwapenrichtlijn
Op 25 maart 2021 heeft het Grondwettelijk Hof zich gedeeltelijk uitgesproken over de beroepen tot vernietiging van de wet van 5 mei 2019 waarbij richtlijn 2017/853 gedeeltelijk wordt omgezet in Belgisch recht.
De vzw AVWL vroeg de vernietiging van drie bepalingen in de wet:
- de retro actieve werking van het verbod op geconverteerde automaten
- de retro actieve strafbaarstelling van het bezit van vuurwapens die geconverteerd zijn zodat ze enkel blanke patronen verschieten
- de bepaling waarbij de Adviesraad voor Wapens enkel geraadpleegd dient te worden zodat het niet meer mogelijk is om uitvoeringsbesluiten te laten vernietigen als er geen "advies" is
Het Hof deed enkel uitspraak over de eerste en de laatste vraag. Over de tweede vraag wordt, zoals gevraagd door de AVWL, een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie. Hierna vindt u een korte samenvatting. De tekst van het arrest is te lezen op de website van het Hof.
Arrest versterkt de rol van de Adviesraad voor Wapens
De regering heeft door de wet van 5 mei 2019 de rol van de adviesraad voor wapens willen inperken. Aanleiding hiervoor was het feit dat de vzw AVWL in een aantal procedures bij de Raad van State had ingeroepen dat koninklijke besluiten onwettig waren omdat er geen sprake was van een echt advies waarin de standpunten van de diverse leden van de adviesraad beraadslagen om dan een consensus te bereiken over een advies. De verslagen van de adviesraad bevatten immers enkel onvolledige weergaves van de tussenkomsten van elk van de leden, maar maken geen advies uit. Op basis hiervan heeft de auditeur bij de Raad van State reeds tot 2 maal toe geadviseerd om een koninklijk besluit van 26 februari 2018 (over de amnestie en het controle attest bij neutralisatie van vuurwapens) te vernietigen.
Om te vermijden dat dit middel in de toekomst nog zou kunnen worden ingeroepen, heeft de Federale Wapendienst er niets beter op gevonden om voor te stellen art. 37 van de wapenwet te wijzigen en te bepalen dat de adviesraad enkel moet worden "geraadpleegd".
De Raad van State had eerder al opgemerkt dat dit eigenlijk een zinloze wijziging is, want dat de adviesraad, ook als hij "geraadpleegd" wordt, nog steeds advies moet geven.
Het Grondwettelijk Hof neemt nu de redenering van de Raad van State over. Het middel wordt verworpen met de volgende overwegingen:
"Een procedure van verplichte raadpleging van een collegiaal orgaan heeft evenwel een draagwijdte die identiek is aan die van een procedure van verplicht advies van een collegiaal orgaan.
Daar de verplichting van de Koning om de Adviesraad voor wapens te raadplegen krachtens artikel 37, twee lid, van de Wapenwet, zoals gewijzigd bij de bestreden bepaling, een draagwijdte heeft die identiek is aan die van de verplichting van de Koning om het advies van die Raad in te winnen krachtens de bepalingen van dezelfde wet die in B.21.7 zijn aangehaald, bestaat het in het middel beoogde verschil in behandeling niet."
Deze rechtspraak maakt het nu bijzonder moeilijk voor de minister om nog uitvoeringsbesluiten te wijzigen waarvoor het advies van de adviesraad nodig is. Er is immers een collegiaal overleg en besluitvorming nodig binnen de adviesraad alvorens belangrijke uitvoeringsbesluiten kunnen worden genomen.
Het spreekt ook voor zich dat wij in de toekomst tegen elk besluit dat tot stand komt zonder dergelijk collegiaal overleg een procedure zullen starten.
Geconverteerde automaten
Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat de Belgische overheid er niet toe verplicht was om in een overgangsregeling te voorzien voor tot halfautomaat geconverteerde automatische wapens die tussen 13 juni 2017 en 3 juni 2019 werden geregistreerd en vergund. EU richtlijn 2017/853 verplicht de lidstaten om deze wapens te verbieden. In België werd dit verbod pas ingevoerd door een wet van 5 mei 2019 met retro actief effect tot 13 juni 2017.
Er is ondertussen een arrest van het Hof van Justitie van 3 december 2019 (ingeleid door de Tsjechische republiek) waarbij het Hof van Justitie van oordeel was dat de lidstaten het verbod op geconverteerde wapens konden invoeren vanaf 13 juni 2017. Het Hof gaat er daarbij van uit dat iedere Europese onderdaan het publicatieblad leest en dus reeds op 24 mei 2017 op de hoogte was van het komende verbod voor die wapens. Wie dus na 13 juni 2017 dergelijk wapen aankocht, moest weten dat dit wapen door de lidstaten verboden zou worden.
Het Grondwettelijk Hof verwijst naar deze rechtspraak om het middel af te wijzen. Dit is op zich niet verwonderlijk. Wel op te merken is dat het Hof van Justitie tot de conclusie komt dat er geen aantasting van eigendomsrechten is omdat de richtlijn zelf in uitzonderingen voorziet onder meer voor sportschutters, wapenhandelaars en musea. Het Hof van Justitie formuleert dit als volgt in randnr. 136 van arrest C-482/17 (Tsjechische Republiek t. Europees Parlement en Raad) van 3 december 2019:
136. Vervolgens moet er, voor zover deze richtlijn de lidstaten in beginsel verplicht om de verwerving en het voorhanden hebben van dergelijke wapens na de inwerkingtreding ervan te verbieden, op worden gewezen dat dit verbod in principe gewoon de verkrijging van eigendom voorkomt en dat er naast dit verbod in artikel 6, leden 2 tot en met 6, van richtlijn 91/477, zoals gewijzigd door de bestreden richtlijn, is voorzien in een geheel van uitzonderingen en afwijkingen, met name ter bescherming van kritieke infrastructuur, konvooien met een hoge waarde en kwetsbare gebouwen, alsook voor de specifieke situatie van verzamelaars, wapenhandelaren en -makelaren, musea en sportschutters.
Dit arrest is dus van bijzonder belang omdat het aangeeft dat de uitzonderingsregeling voor verzamelaars en sportschutters (die nog geconverteerde automaten kunnen verwerven met certificaten) van belang is om tot het besluit te komen dat de aantasting van eigendomsrechten door de richtlijn niet disproportioneel is. Met andere woorden: als een lidstaat deze uitzondering weigert, kan er wel degelijk sprake zijn van aantasting van grondrechten. Hieruit kan worden afgeleid dat het standpunt van de Federale Wapendienst, die de certificaten uitgereikt door de federaties weigert, in strijd is met fundamentele beginselen doordat dit standpunt eigendomsrechten schendt.
Anderzijds is het ook zo dat de manier waarop het Grondwettelijk Hof dergelijke normen toetst specifiek is en verband houdt met de manier waarop het middel geformuleerd is. Bovendien is het beroep tot vernietiging gericht tegen de wettelijke bepalingen zelf in de mate dat zij geen overgangsregeling voorzien.
Dit belet echter niet dat er nog steeds getoetst kan worden of de regeling op zich in strijd is met het verbod op retro actieve strafwetgeving. Het is immers zo dat een Europese richtlijn geen rechtstreekse werking heeft en dat de overtredingen van dergelijke richtlijn ook niet strafbaar gesteld zijn. Er kan dan ook moeilijk worden aanvaard dat een burger rekening moet houden met mogelijke strafbaarstellingen die later op basis van een richtlijn worden ingevoerd. Een richtlijn moet immers worden omgezet. Dergelijke omzetting laat aan de lidstaten een zekere ruimte. Pas na de omzetting kan de burger weten elk gedrag verboden zal zijn.
Wij zijn van mening dat het daarom nuttig kan zijn om deze zaak nog in allerlaatste aanleg te laten onderzoeken door het Europees hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg.
Bovendien doet het Grondwettelijk Hof enkel uitspraak over de grondwettelijkheid van de omzettingswet zelf. Het Hof doet geen uitspraak over de vraag of personen die tussen 13 juni 2017 en 3 juni 2019 een geconverteerde automaat verwierven met vergunning al dan niet strafbaar zijn.
Conversie tot wapens die blanke patronen verschieten
De wet van 5 mei 2019 heeft ook alle vuurwapens die werden omgezet zodat ze enkel blanke patronen kunnen verschieten. Door een aanpassing van artikel 3, §4 wapenwet worden deze deze wapens blijven deze wapens ingedeeld in hun oorspronkelijke categorie. Dus een automatisch wapen dat ooit omgebouwd wordt zodat het enkel blanke patronen verschiet blijft een verboden wapen. Voordien was dit een vrij verkrijgbaar wapen.
Ook hier werd geen enkele overgangsregeling voorzien. Hier deed het Hof van Justitie nog geen uitspraak over. Bovendien zijn de veiligheidsrisico's verbonden aan wapens die blanke patronen verschieten totaal verschillend dan de risico's van geconverteerde automaten. Het is dus verre van zeker dat het Hof van Justitie ook hier zou bevestigen dat er geen overgangsregeling nodig is in de richtlijn.
Het Grondwettelijk Hof heeft beslist om hierover nu een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie. Dit Hof zal dan uitspraak doen. Het interessante is dat er uitspraak gedaan wordt over de richtlijn zelf, en dat het standpunt van het Hof relevant is in alle andere lidstaten van de Europese Unie.
Het laatste woord is hier nog niet over gezegd.