25 JANUARI 2007. - Koninklijk Besluit met betrekking tot de werkwijze van de adviesraad voor wapens

Informatie
Datum

Belgisch Staatsblad 12 februari 2007

Artikel 1. De voorzitter van de Adviesraad voor wapens, hierna « de Raad » genoemd, roept de Raad bijeen wanneer de Minister van Justitie hem om advies heeft verzocht.

De oproeping geschiedt schriftelijk en bevat de agenda. Voor elk agendapunt worden de beschikbare stukken die erop betrekking hebben samen met de oproeping verzonden.

De oproeping wordt de leden minimaal zeven dagen voor de vergadering toegezonden. In geval van dringende noodzaak kan deze termijn tot minimaal twee dagen verkort worden.

De leden die verhinderd zijn, laten dit zo snel mogelijk weten aan de voorzitter en aan hun plaatsvervangers, aan wie ze hun oproeping doorsturen. Als een plaatsvervanger verhinderd is, laat hij dit eveneens zo snel mogelijk weten aan de voorzitter.

Art. 2. De Raad vergadert rechtsgeldig als alle leden werden opgeroepen.

Art. 3. Om de Raad van advies te dienen, kan de Raad deskundigen uitnodigen. Ook de ministers bevoegd voor Justitie en voor Binnenlandse Zaken of hun vertegenwoordiger kunnen deelnemen aan de vergaderingen van de Raad, om ieder wat hem betreft de punten waarover advies gevraagd wordt, voor te stellen.

Art. 4. De voorzitter stelt een of twee ambtenaren van de federale wapendienst aan als secretaris van de Raad en belast deze met het opstellen van een verslag van elke vergadering.

Art. 5. De Raad verstrekt advies binnen een termijn van één maand nadat de voorzitter van de Raad door de Minister om advies is verzocht. Op gemotiveerd verzoek van de Raad kan de Minister deze termijn met maximaal één maand verlengen.

In geval van dringende noodzaak kan de Minister deze termijn inperken; deze mag echter niet korter zijn dan 10 dagen vanaf het ogenblik dat de voorzitter van de Raad het verzoek om advies heeft ontvangen.

Wordt geen advies verstrekt binnen de gestelde termijn, dan wordt eraan voorbijgegaan.

Art. 6. Adviezen worden bij consensus aangenomen of bestaan uit de diverse geuite meningen.

Art. 7. De Raad mag werkgroepen oprichten; hij bepaalt hun opdracht en samenstelling; desgevallend duidt hij personen aan, niet-leden van de Raad, die deel zullen uitmaken van de werkgroep. De werkgroep brengt verslag uit bij de Raad over zijn werkzaamheden.

Art. 8. Het lidmaatschap van de Raad is onbezoldigd.

Art. 9. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 10. Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.